maandag 29 juni 2015

DE JUISTE RECHTBANK VOOR HET JUISTE GESCHIL

Het is in Nederland al lastig om de juiste rechtbank voor uw geschil te vinden, in Frankrijk wordt dat nog een stuk lastiger. De verschillende soorten Franse gerechten kunnen in twee families worden ingedeeld. Aan de ene kant de gewone gerechten van de ‘l’ordre judiciare’ en aan de andere kant de bestuursgerechten van de ‘l’ordre administratif’.

In Frankrijk wordt dus een strikt onderscheid gemaakt tussen het stelsel van gewone rechtbanken en het stelsel van bestuursrechtbanken (l’ordre administratif). De gerechten (juridictions) van de ‘l’ordre judiciaire’ worden weer opgedeeld in de:
  • Juridictions civiles (civiele rechtbanken) en de
  • Juridictions répressives (strafrechtbanken).
De ‘juridictions civiles’ spreken recht in geschillen tussen natuurlijke personen en rechtspersonen (individus et personnes morales). Bepaalde geschillen worden aan een bijzondere rechtbank (des tribunaux d’exception) zoals ‘le tribunal de prud’hommes’ en le tribunal de commerce’ overgelaten. Als de wet niet een bijzonder gerecht aanwijst is de rechtbank van het commune recht (le droit commun) ‘le tribunal de grande instance’ bevoegd. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof (la Cour d’appel) en bovenaan de piramide kan cassatie worden aangetekend bij wat in Frankrijk ‘la Cour de cassation’ en bij ons de Hoge Raad wordt genoemd.

De ‘juridictions répressives’ (ook wel juridictions pénales) richten zich op het strafrecht (le droit pénal). Het gaat bijvoorbeeld om ‘le tribunal de police’ (de politierechter) voor overtredingen (contraventions), ‘le tribunal correctionnel’ (de strafrechtbank) voor ‘normale’ misdrijven (délits) en ‘la Cour d’assises’ (het Hof van Assisen) juryrechtspraak voor zware misdrijven (crimes). De ‘juge des enfants’, ‘le tribunal pour enfants’ en ‘la cour d’assises pour mineurs’ vormen een schaduwstelsel van minderjarige criminelen.

Het stelstel van bestuursrechtbanken (l’ordre administratif) staat helemaal los van de hierboven genoemde gerechten bestaat uit:
  • Le Tribunal administratif;
  • La Cour administrative d’appel;
  • Le Conseil d’État.
'Le Tribunal administratif' is het gerecht in eerste aanleg (juridiction de premier degré) van het stelsel van bestuursrecht gerechten (l’ordre administratif). Hier worden zaken tussen burgers (administrés) en het bestuur (l’Administration) behandeld. Het gaat dan om dingen als bouwvergunningen, bestemmingsplannen en sociale zekerheid. Hoger beroep staat open op het ‘Cour administrative d’appel’ en cassatie (pourvoi) kan worden ingesteld bij de ‘Conseil d’État’ (de Franse Raad van State). 

Naast de rechtssprekende taak hebben de bestuursgerechten ook een bestuurs- en raadgevende functie (attributions administatives et consultatieves). Zo kan de prefect (le préfet) juridisch advies van een ‘tribunal administratif’ inwinnen (art. R. 212-1 Code de justice administrative).







dinsdag 23 juni 2015

BRONNEN VAN HET FRANSE RECHT

De informatiebronnen waaruit het geldend recht in Frankrijk gekend kan worden zijn niet erg verschillend van wat in Nederland gebruikelijk is. Er geldt in Frankrijk echter wel een strikte hiërarchie van rechtsbronnen (la hiérarchie des normes en droit Français), waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen formele en informele bronnen. Formele rechtsbronnen hebben, het woord zegt het al, een formele herkomst. Ze zijn via een bepaalde procedure tot stand gekomen en werken direct door in de nationale rechtsorde. De formele rechtsbronnen (les sources formelles) zijn:
  1. De verdragen (les traités internationaux);
  2. Het constitutionele blok (le bloc de Constitutionnalité);
  3. De wetten in formele zin (les lois);
  4. De Algemene Maatregelen van Bestuur (les règlements d’administation publique) en
  5. De algemeen verbindende voorschriften in materiële zin (les préscriptions).

Ad 1 Verdragen (les traités internationaux)
Een overeenkomst tussen staten of tussen staten en een internationale organisatie. In Frankrijk geldt het monisme (la position moniste) waarbij verdragen geacht worden boven het nationale recht te staan en integraal deel uit te maken van het rechtssysteem.

Ad 2 Het constitutionele blok (le bloc de Constitutionnalité)
De Franse Grondwet (la Constitution) en het geheel van constitutionele regels waarin de fundamentele principes van de Franse staat worden vastgelegd. In Nederland beperkt dit zich tot het Statuut van het Koninkrijk en de Grondwet, maar in Frankrijk worden er wat meer regelingen tot de basis van het Franse recht gerekend. Het ‘Bloc de constitutionnalité’ bestaat uit: ‘La Constitution de 1958’, ‘la déclaration des droits de l’homme et du citoyen de 1789, ‘le préambule de la Constitution du 27 octobre 1946’, de ‘principes fondamentaux reconnus par les lois de la République’ en ‘les principes particulièrement nécessaires à notre temps’.

Ad 3 De wetten in formele zin (les lois)
Een op grond van artikel 34 van de Constitution door het parlement (‘L’Assemblée nationale’ en ‘le Sénat’) ondertekende regelgeving. Het Nederlanse equivalent hiervan is de in artikel 81 en verder van de Grondwet omschreven wetgevingsprocedure.

Ad 4 Algemene Maatregelen van Bestuur (les règlements d’aminstration publique)
Een door de uitvoerende macht (le pouvoir exécutif) uitgevaardigde regeling van algemene strekking niet zijnde een wet in formele zin (artikel 37 Constitution). Er wordt onderscheid gemaakt tussen uitvoeringsregelingen (un règlement dit d’application, ook wel un décret d’apllication) en zelfstandige regelingen (un règlement dit autonome, ook wel un décret autonome). Een ‘décret d’application’ strekt ter uitvoering van een bestaande wet (une loi) en een ‘décret autonome’ vloeit voort uit de eigen bevoegdheid van een autoriteit (édictes dans le cadre des compétences propres de l’exécutif).

Ad 5 Voorschriften (Préscriptions)
Een algemene regeling van een tot wetgeving bevoegd orgaan dat verder strekkende rechtsgevolgen heeft dan een interne regeling van dat orgaan.

Informele rechtsbronnen zijn niet via een bepaalde officiële procedure tot stand gekomen. Ze zijn wat diffuser en hebben een meer indirecte, maar daarom nog niet onbelangrijke, op de rechtsorde. In Frankrijk worden als informele rechtsbronnen (les sources informelles) aangemerkt:
  1. De algemene rechtsbeginselen (les principes généraux du droit);
  2. Het gewoonterecht (le droit coutumier);
  3. De rechtspraak (la jurisprudence);
  4. De rechtsleer (la doctrine).
Ad 1 Algemene rechtsbeginselen (les principes généraux du droit)
Dit zijn ongeschreven algemene principes die aan rechtsnormen in het algemeen of aan een bepaald deel van het recht ten grondslag liggen. Het zijn de grondgedachten die achter ieder wettelijk voorschrift en iedere rechterlijke uitspraak te vinden zijn. Bijvoorbeeld het verbod op terugwerkende kracht van wetten (la non-rétroactivité des actes administratives), het idee van de vrije markt (la liberté du commerce et de l’industrie) en het beginsel geen straf zonder schuld.

Ad 2 Gewoonterecht (le droit coutumier)
Dit is recht dat blijkens een bestaand gebruik in de samenleving als zodanig wordt geaccepteerd. Van een gewoonterecht (une coutume) is alleen sprake als het bestaand (ancien), bestendig (constant), algemeen gebruikt (général) en algemeen bekend (notoire) is.

Ad 3 Rechtspraak (la jurisprudence)
De ‘jurisprudence’ is een door de rechtsspraak gevormde en gebruikte rechtsleer die een constante lijn in de rechterlijke uitspraken vormt. De ‘jurisprudence’ vormt sinds de Franse Revolutie geen bindende bron van recht meer, maar speelt nog steeds een belangrijke rol in de rechterlijke beslissingen.

Ad 4 De rechtsleer (la doctrine)
De doctrine speelt een belangrijke rol in het Franse rechtssysteem. Franse hoogleraren in de rechten komen vaak van dezelfde staatsscholen (École nationale de la magistrature) als rechters en onderhouden dikwijls nauwe contacten met die rechters. De annotaties bij uitspraken worden dan ook nauwlettend in de gaten gehouden en kunnen dan de in de uitspraak zelf grotendeels ontbrekende motivering vervangen.

maandag 8 juni 2015

LA COUR DE CASSATION

Opperste gerechtshof van Frankrijk in burgerlijke en strafzaken. Vergelijkbaar met de Hoge Raad der Nederlanden Gezeteld (siègé) in Parijs. Geen beroepsinstantie, controleert alleen of de rechters in eerste aanleg (les juges du fond of juges du fait) het recht hebben geschonden, met de feitelijke toedracht van het geval mag het Hof zich niet inlaten. De arresten hebben door een vaak zeer korte motivering een wat apodictisch en syllogistisch karakter. Ze worden in de derde persoon enkelvoud geschreven en verwijzen zelden naar andere uitspraken. De Nederlandse Hoge Raad motiveert zijn arresten doorgaans uitvoeriger.

Beroep kan worden ingediend via een cassatieberoep (la Cour de cassation est saisie par un pourvoi). De beroepstermijn bedraagt doorgaans twee maanden(le délai de recours), in strafzaken geldt een termijn van vijf dagen. Een beroep heeft doorgaans geen schorsende werking (suspensif) en staat dus de executie van het aangevallen vonnis niet in de weg.

Partijen moeten zich laten vertegenwoordigen door speciale cassatieadvocaten (avocats au Conseil d’État et à la Cour de cassation, ook wel avocats aux Conseils genoemd).
Het Hof wordt verdeeld in zes Kamers (Chambres):

- Een kamer (la Première chambre civile) gericht op het personenrecht, het verbintenissenrecht, het verzekeringsrecht en het internationaal privaatrecht.
- De tweede civiele kamer richt zich op het scheidingsrecht, de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en de civiele procedure.
- De derde civiele kamer ziet op zakelijke rechten, eigendom en stadsplanning.
- Dan zijn er nog een sociale kamer (la chambre sociale),
- Een economische en financiële kamer (la chambre économique et financière) en
- Een strafkamer (la chambre criminelle).

Vernietiging van een uitspraak is alleen mogelijk wegens schennis van de wet (la violation de la loi), verzuim van vormen (la violation des formes) of schennis van het recht (le manque de base légale).

Sinds 1991 kunnen door lagere rechters prejudiciële vragen aan het Hof worden gesteld. (art. L. 151-1 Code de l’organisation judiciaire).

Het ‘Cour de cassation’ maakt een jaarlijks rapport voor de Minister van Justitie (le garde des Sceaux). In dit ‘Rapport annuel de la Cour de cassation’ worden aanbevelingen (constatations) gegeven voor aanpassing van de wetgeving.