De totstandkoming van een overeenkomst was in het Franse
recht grotendeels geregeld in de jurisprudentie. Met de codificering van het
rechtersrecht is daar nu verandering in gekomen. Zo legt artikel
1112 Code civil de rechtsspraak over de precontractuele onderhandelingen
(négociations précontractuelles) en aansprakelijkheid bij afgebroken
onderhandelingen vast. Ook de intrekking van het aanbod en de herroeping van
het aanbod zijn tegenwoordig bij wet geregeld. Intrekking is mogelijk zolang
het aanbod de geadresseerde nog niet heeft bereikt en nog niet van kracht is
geworden (artikel
1115 Code civil), Artikel
37, derde lid, Burgerlijk Wetboek Boek 3).
Herroeping is mogelijk zolang het aanbod dat de geadresseerde al wel heeft
bereikt nog niet is aanvaard (artikel
1116 Code civil, Artikel
37, vijfde lid, Burgerlijk Wetboek Boek 3). Vreemd genoeg gebruikt
de Code civil voor beide situaties de term ‘rétractation’. Artikel
1117 regelt vervolgens dat als er een termijn is bepaald voor de
aanvaarding het aanbod na verloop van die termijn van rechtswege vervalt
(l’offre est caduque). Artikel
1121 Code civil regelt dan het moment van totstandkoming van een
overeenkomst. In Nederland is dat Artikel 6:217
Burgerlijk Wetboek. Net als in Nederland (Artikel
37, derde lid, Burgerlijk Wetboek Boek 3) geldt het moment van
ontvangst van de aanvaarding van een aanbod (dès que l’acceptation parvient à
l’offrant) als het moment van totstandkoming van die overeenkomst.
Veel andere leerstukken die in de Franse jurisprudentie
allang aanvaard zijn worden nu voor het eerst bij wet geregeld. Zo zijn de
eenzijdige belofte (la
promesse unilatérale van artikel 1124 Code civil), de nietigheden (la
nullité,
art 1178 e.v. Code civil), waaronder ook de voorheen niet erkende
gedeeltelijke nietigheid (artikel
1184 Code civil), de duur van de overeenkomst (la durée du contrat, artikel
1210 e.v. Code civil), het niet nakomen van een overeenkomst (inexécution
du contrat, artikel
1217 e.v. Code civil), een nieuwe definitie van overmacht (force majeure, artikel
1218 Code civil), prijsvermindering bij gedeeltelijke niet-nakoming oftewel
bij een gebrek in de prestatie (exécution imparfaite, artikel
1223 Code civil) en de buitengerechtelijke ontbinding via een ontbindende
voorwaarde (clause résolutoire, artikel
1224 Code civil).
Volgens het nieuwe artikel
1171 Code civil worden in standaardcontracten (un contrat d’adhésion)
oneerlijke bedingen voortaan ongeacht het soort overeenkomst als ongeschreven
aangemerkt (réputé non écrite). Standaardvoorwaarden die een aanzienlijke
onevenwichtigheid scheppen tussen de rechten en plichten van partijen zijn
voortaan dus ook volgens de wet nietig. Dit was al het geval op grond van het
Europese recht (richtlijn 93/13) en de jurisprudentie, maar is nu ook formeel
in de Code civil vastgelegd.
Anders dan het Nederlandse recht (Artikel
258 Burgerlijk Wetboek Boek 6) en het Franse bestuursrecht kende het
Franse civiele recht tot deze wetswijziging niet de mogelijkheid om een
overeenkomst te wijzigen of te ontbinden wegens onvoorziene omstandigheden
(imprévision). Het beroemde arrest ‘Canal de Craponne’ van het Cour de
cassation uit 1876 (Canal de Craponne)
bepaalde dat ‘imprévision’ niet tot aanpassing van een overeenkomst mag leiden.
In de praktijk werd dit gebrek opgevangen door een zogenoemde ‘force majeur’
clausule in het contract op te nemen. Met het nieuwe artikel
1195 Code civil is dat niet langer nodig. Dit artikel geeft de rechter de
bevoegdheid om op verzoek van één van de partijen de overeenkomst aan te passen
als er een te grote disbalans tussen de wederzijde prestaties van partijen
dreigt te ontstaan. Net
als in Nederland moeten er eerst heronderhandelingen plaatsvinden voor naar de
rechter gestapt kan worden. Pas als die onderhandelingen mislukken of als één
van de partijen niet wil onderhandelen staat de weg naar de rechter vrij.
In een volgend blog zal ik verder gaan met deze opsomming.