Het Franse recht kent een bijzonder soort vruchtgebruik dat
gebruikt wordt voor de bewoning van een woonhuis: het ‘droit d’usage et d’habitation’.
Het wordt gebruikt als een alternatief voor het kopen van een woning en heeft
bepaalde fiscale voordelen. Het Nederlands recht kent een dergelijke
constructie niet. Het lijkt me dan ook de moeite waard om wat verder in te gaan
op dit bijzonder stukje Frans recht.
Daarvoor moeten we eerst even naar het eigendomsrecht
kijken. Eigendom is zowel in Frankrijk als Nederland het meest omvattende recht
op een zaak (un bien). Op grond van zowel artikel 544 Code civil als Artikel 1 Burgerlijk
Wetboek Boek 5 bestaat dit recht uit:
- Het vruchtgebruik (droit de jouissance of fructus.
- Het gebruiksrecht (l’usus of droit d’usage).
- Het beschikkingsrecht (l’abusus of droit de disposition).
Net als in Nederland kunnen ook in het Franse recht deze
verschillende onderdelen van het eigendomsrecht over verschillende personen
verdeeld worden. Het zo verkregen recht wordt een ‘droit réel démembré’
genoemd. Het gaat als het ware om een van de totale eigendom (la pleine
propriété) afgesplitst deel van het eigendomsrecht. Denk daarbij bijvoorbeeld aan
de verdeling tussen het vruchtgebruik (usufruit) en de naakte eigendom
(nue-propriété), waarbij de vruchtgebruiker mag profiteren en dus letterlijk de
vruchten mag plukken van de eigendom van iemand anders.
Het gebruiks- en woonrecht (droit d’usage et d’habitation)
worden in het Franse recht dan als een soort afgezwakte vorm van dit
vruchtgebruik aangemerkt. In boek twee van de Code civil is hier zelfs een
speciale titel aan gewijd: titre 3:‘de l’usufruit, d’usage et d’habitation’ (artikel
625 e.v. Code civil). Het normale vruchtgebruik is een zakelijk recht
(droit réel), maar het ‘droit d’usage et d’habitation’ is een persoonlijk recht
(droit personnel) en komt daardoor alleen toe aan de rechthebbende en zijn
gezinsleden. Een vruchtgebruiker kan zijn zakelijke recht vervreemden of
desnoods weggeven. Allemaal dingen die met een persoonlijk recht niet kunnen
worden gedaan.
De drager van het ‘droit d’usage et d’habitation’ moet het
normale onderhoud aan de woning zelf uitvoeren, maar groot onderhoud aan het
casco komt voor rekening van de eigenaar (artikel
605 Code civil). De ‘taxe d’habitation’ komt voor rekening van de bewoner,
maar de ‘taxe foncière’ moet in principe door de eigenaar worden betaald. Het is
echter mogelijk om te regelen dat de kosten voor deze laatste belasting worden
vergoed door de bewoner.