donderdag 28 september 2017

SCHEIDEN IN HET FRANSE RECHT

Scheiden is de ontbinding (dissolution) van een huwelijk door rechtelijk vonnis en inschrijving daarvan in het register van de burgerlijke stand. Dit kan bij verzoekschrift (une requête) worden aangevraagd door beide echtgenoten (par consentement mutuel) of door één van de echtgenoten zonder tegenwerping van de ander (sur demande de l’un des époux acceptée par l’autre). In het Nederlandse echtscheidingsrecht (Afdeling 2 Burgerlijk Wetboek Boek 1) bestaat maar één scheidingsgrond: de duurzame ontwrichting van het huwelijk (pour altération définitive du lien conjugal). Deze grond bestaat ook in het Franse echtscheidingsrecht (Titre IV Code civil) maar daar komt dan ook nog de grond schuld (pour faute) van één van de echtgenoten bij.

In tegenstelling tot Nederland kent Frankrijk sinds 1 januari 2017 echter ook de mogelijkheid om buiten de rechter om te scheiden: de zogenoemde ‘divorce sans juge’. De Nederlandse mogelijkheid daartoe de zogenoemde ‘flitsscheiding’ is in 2009 ingetrokken. Een scheiding buiten de rechter om (art. 229-1 e.v. Code civil) is alleen mogelijk voor een scheiding met wederzijdse instemming (divorce par consentement mutuel) en niet voor een scheiding wegens schuld van één van de echtelieden (divorce pour faute). Twee advocaten regelen de scheiding en laten die door een notaris inschrijven. Om de belangen van beide echtgenoten te beschermen moet iedere partij een eigen advocaat hebben. Een eventueel aanwezig minderjarig kind moet ook akkoord gaan met de regeling. Wil die niet akkoord gaan met bijvoorbeeld een voorgestelde omgangsregeling dan moet de scheiding als nog door de rechter worden uitgesproken.


maandag 14 augustus 2017

BEDRIJFSOVERNAME IN HET FRANSE RECHT

Voor de overname van een beursgenoteerde vennootschap (société avec actions cotées en bourse) moet aan een aantal stringente voorwaarden worden voldaan. Deze voorwaarden worden door de ‘Autorité des marchés financiers’ (AMF), de Franse Autoriteit Financiële markten, gesteld. Het gaat dan vooral om de financiële bedrijfsinformatie die openbaar gemaakt moet worden. Ook de vorm waarin een openbaar bod, het zogenoemde ‘offre publique’ gedaan kan worden is aan regels gebonden. Let er wel op een dergelijke overname poging niet te verwarren met de situatie waarbij een vennootschap zelf aandelen uitgeeft om zijn kapitaal te vergroten. Dan wordt nogal verwarrend gesproken van een ‘offre publique à prix ouvert’ of een ‘offre publique à prix fixe’. Ook bij een ‘offre publique de vente’ (O.P.V.) gaat het er niet om een andere vennootschap over te nemen, maar wordt juist geprobeerd de invloed van een paar grote aandeelhouders te verminderen door een deel van hun aandelen op te kopen.

Er bestaan een aantal van elkaar verschillende vormen waarin een ‘offre publique’ tot overname van een bedrijf kan worden gegoten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:

  • Een ‘offre publique d’achat’ (O.PA.). Ook wel een ‘offre publique d’acquisition’ genoemd. Hierbij wordt een bod in geld op de aandelen van het over te nemen bedrijf gedaan (paiement en numéraire).
  •  Een ‘offre publique d’échange’ (O.P.E.), waarbij met een aandelenruil geprobeerd wordt een meerderheidsbelang bij het over te nemen bedrijf te verkrijgen (paiement en titres).
  •  Een ‘offre publique mixte’ (O.P.M.), waarbij zowel aandelen worden gekocht als worden geruild (paiement en numéraires et en titres).
  •  Een ‘offre publique alternative’, waarbij de keuze voor aandelen of geld vrij gelaten wordt.
  • Een ‘offre publique de retrait’ (O.P.R.), wordt gedaan in de situatie dat een van de aandeelhouders een belang van minimaal 95% in het bedrijf heeft. Hij kan dan de andere aandeelhouders dwingen hun aandelen af te staan. Een zogenaamde uitrookprocedure of squeeze out.  

In de Europese richtlijn Richtlijn 2004/25/EG betreffende het openbaar overnamebod (la directive sur les offres publiques d’acquisition) worden regels gegeven waaraan de nationale wetgeving van de lidstaten dient te voldoen. In Nederland is dit geregeld in de Wet op het financieel toezicht en in Frankrijk zijn deze regels in de ’Loi relative aux offres publiques d’acquisition’ van 21 maart 2006 neergelegd. De lidstaten moeten een autoriteit of autoriteiten aanwijzen voor toezicht op openbare overnamebiedingen. Net als in Nederland is hierbij in Frankrijk een belangrijke rol weggelegd voor de Autoriteit Financiële Markten (A.F.M.), in Frankrijk de ‘Autorité des marchés financiers’ (AMF).

vrijdag 4 augustus 2017

BODEMVERONTREINIGING ALS VERBORGEN GEBREK

Zowel in Nederland als in Frankrijk is het verstandig om bij de koop van een huis uit te zoeken wat de kwaliteit van de bodem is en of deze geschikt is voor het door u beoogde gebruik. In Nederland is de koper zelfs wettelijk verplicht uit te zoeken of er bodemverontreiniging aanwezig is (de zogenaamde onderzoeksplicht). Ook de verkoper is verplicht de koper te informeren over eventueel aanwezige verontreiniging (de informatieplicht). In het koopcontract wordt dan een standaardclausule opgenomen over de mogelijke aanwezigheid van ondergrondse tanks en bodemverontreiniging. In Frankrijk is dit alles niet verplicht en wordt er lang niet altijd een clausule over de staat van de bodem in een koopovereenkomst opgenomen.

De koper van een verontreinigd onroerend goed kan in Frankrijk natuurlijk altijd naar de rechter stappen, maar dat vergt wel enig geduld. Zo duurde het in de hier behandelde zaak over een oude garage meer dan tien jaar voor er een definitieve uitspraak lag. Bij uitspraak van 29 juni 2017 heeft de civiele kamer van de Franse Hoge Raad, het Cour de cassation (Cour de cassation Ch.civ 3 nr. 16-18087), de verkoper en de makelaar (le vendeur et l’agent immobilier) van de garage veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de koper (l’acquéreur). De particuliere koper (eigenlijk ‘une SCI familiale’) wilde het gebouw tot een woning verbouwen. De grond van de voormalige garage bleek echter ernstig vervuild te zijn.

Frankrijk kent niet de in het Nederlandse recht gebruikelijke schoongrondverklaring en de koper had het onroerend goed in de koopovereenkomst expliciet geaccepteerd in de staat waarin het verkeerde (en l’état et sans garantie). In de koopovereenkomst was natuurlijk geen beding over de conditie van de bodem opgenomen. De koper stelde de verkoper, makelaar en notaris aansprakelijk voor de schade die hij door de bodemverontreiniging geleden had. Volgens hem moest de verontreiniging als een verborgen gebrek (vice caché) worden aangemerkt.

Het Cour de cassation overwoog dat de koper er niet zonder meer van uit mocht gaan dat de grond onder de door hem gekochte garage schoon was. Het is een feit van algemene bekendheid (dont tout un chacun pouvait avoir connaissance) dat garages een belangrijke bron van bodemverontreiniging zijn. Desondanks mocht ook van de verkopende partij verwacht worden dat ze de koper over de verontreiniging informeerden. Temeer daar er naast de ‘normale’ verontreinigingen ook nog eens vaten met gevaarlijke stoffen begraven waren. Het Cour overwoog: « qu’en sa qualité de dernier exploitant du garage précédemment exploité par son père, M. X... ne pouvait ignorer les vices affectant les locaux et que l'existence des cuves enterrées qui se sont avérées fuyardes n'avait été révélée à l'acquéreur que postérieurement à la vente ».

Naar het oordeel van het Cour de cassation vormden de begraven vaten dus inderdaad een verborgen gebrek waar de verkoper aansprakelijk voor gesteld kon worden. De koper moest een kwart van de schade zelf dragen, omdat hij in elk geval een deel van de verontreiniging van te voren had kunnen verwachten.


Na tien jaar kreeg de bedrogen koper dus eindelijk zijn schadevergoeding. Tien jaar is een lange tijd en niet iedereen heeft het geduld en de financiële middelen om zolang te wachten. Het is dan ook beter om het niet zover te laten komen en er ook bij de koop en verkoop van een Frans pand voor te zorgen dat er garanties over de toestand van de bodem in het koopcontract staan opgenomen.

donderdag 29 juni 2017

GEBRUIKS- EN WOONRECHT IN HET FRANSE RECHT (DROIT D’USAGE ET D’HABITATION)

Het Franse recht kent een bijzonder soort vruchtgebruik dat gebruikt wordt voor de bewoning van een woonhuis: het ‘droit d’usage et d’habitation’. Het wordt gebruikt als een alternatief voor het kopen van een woning en heeft bepaalde fiscale voordelen. Het Nederlands recht kent een dergelijke constructie niet. Het lijkt me dan ook de moeite waard om wat verder in te gaan op dit bijzonder stukje Frans recht.

Daarvoor moeten we eerst even naar het eigendomsrecht kijken. Eigendom is zowel in Frankrijk als Nederland het meest omvattende recht op een zaak (un bien). Op grond van zowel artikel 544 Code civil als Artikel 1 Burgerlijk Wetboek Boek 5 bestaat dit recht uit:
  •         Het vruchtgebruik (droit de jouissance of fructus.
  •         Het gebruiksrecht (l’usus of droit d’usage).
  •         Het beschikkingsrecht (l’abusus of droit de disposition).

Net als in Nederland kunnen ook in het Franse recht deze verschillende onderdelen van het eigendomsrecht over verschillende personen verdeeld worden. Het zo verkregen recht wordt een ‘droit réel démembré’ genoemd. Het gaat als het ware om een van de totale eigendom (la pleine propriété) afgesplitst deel van het eigendomsrecht. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de verdeling tussen het vruchtgebruik (usufruit) en de naakte eigendom (nue-propriété), waarbij de vruchtgebruiker mag profiteren en dus letterlijk de vruchten mag plukken van de eigendom van iemand anders.

Het gebruiks- en woonrecht (droit d’usage et d’habitation) worden in het Franse recht dan als een soort afgezwakte vorm van dit vruchtgebruik aangemerkt. In boek twee van de Code civil is hier zelfs een speciale titel aan gewijd: titre 3:‘de l’usufruit, d’usage et d’habitation’ (artikel 625 e.v. Code civil). Het normale vruchtgebruik is een zakelijk recht (droit réel), maar het ‘droit d’usage et d’habitation’ is een persoonlijk recht (droit personnel) en komt daardoor alleen toe aan de rechthebbende en zijn gezinsleden. Een vruchtgebruiker kan zijn zakelijke recht vervreemden of desnoods weggeven. Allemaal dingen die met een persoonlijk recht niet kunnen worden gedaan.


De drager van het ‘droit d’usage et d’habitation’ moet het normale onderhoud aan de woning zelf uitvoeren, maar groot onderhoud aan het casco komt voor rekening van de eigenaar (artikel 605 Code civil). De ‘taxe d’habitation’ komt voor rekening van de bewoner, maar de ‘taxe foncière’ moet in principe door de eigenaar worden betaald. Het is echter mogelijk om te regelen dat de kosten voor deze laatste belasting worden vergoed door de bewoner.

woensdag 11 januari 2017

EEN INDELING VAN HET FRANSE RECHT

Rechtsregels worden ingedeeld in verschillende sectoren, die in het Frans ‘les branches du droit’ worden genoemd. Het Franse en Nederlandse rechtssysteem (le système juridique) wordt tot het continentale recht (le droit civiliste) gerekend. Dit betekent dat de rechtsregels voornamelijk in wetsteksten zijn vastgelegd. Dit in tegenstelling tot het Angelsaksische rechtssysteem (la common law) waar rechtsregels uit rechterlijke uitspraken moeten worden afgeleid. Naast het binnenlandse recht (le droit interne) gaat het internationale recht (le droit international) een steeds grotere rol spelen.

Om wat orde in de jungle van wetten en regels te brengen wordt het recht vaak in een aantal eenvoudige categorieën onderverdeeld. Er bestaan verschillende indelingen die allemaal lijden aan een zekere willekeur en over simplificatie van de werkelijkheid, maar desondanks toch helpen om wat orde in de chaos te scheppen.

Het belangrijkste onderscheid, dat zowel in het Franse als het Nederlandse recht gebruikelijk is, is dat tussen publiekrecht (le droit public) en privaatrecht (le droit privé). Grof gesteld kunt u er van uit gaan dat het privaatrecht de juridische betrekkingen tussen privé personen (personnes privées) regelt en het publiekrecht de betrekkingen waarbij staatsinstellingen (personnes publiques), zoals de rijksoverheid (l’État), de regio’s (les Régions), de departementen (les départements) of de gemeenten (les communes) betrokken zijn. Als er een staatsinstelling bij betrokken is gelden niet alleen andere regels, maar is er zelfs een heel ander soort gerechten bevoegd.

Zo kent Frankrijk dus twee verschillende, volledig los van elkaar staande, juridische ordes. Aan de ene kant de gewone gerechten van de ‘l’ordre judiciare’ en aan de andere kant de bestuursgerechten van de ‘l’ordre administratif’. Er bestaat daarbij een strikt onderscheid tussen het stelsel van gewone rechtbanken en het stelsel van bestuursrechtbanken (l’ordre administratif).

Het publiekrecht wordt weer onderscheiden in het staatsrecht (le droit constitutionnel), het bestuursrecht (le droit administratif), het belastingrecht (le droit fiscal) het strafrecht (le droit pénal) en het internationaal publiekrecht (le droit international public.

Het privaatrecht wordt weer onderverdeeld in het civiele recht (le droit civil), het handelsrecht (le droit commercial), het sociale recht (le droit social), het landbouwrecht (le droit rural) en het internationaal privaatrecht (le droit international privé). Verwarrend is wel dat de termen privaatrecht (droit privé) en civielrecht (droit civil), vooral in Nederland, maar ook in Frankrijk, als synoniemen worden gebruikt.

Het civiele recht kent zelf ook weer een verdelingen in verschillende categorieën. Zoals het vermogensrecht (le droit patrimonial) waarbij het gaat om op geld waardeerbare (évaluable en argent) rechten. Dus om het recht (le droit subjectif) dat iemand over een bepaald vermogensbestanddeel heeft. Daar tegenover staan de niet op geld waardeerbare rechten (droits extrapatrimoniaux). Voorbeelden van dit soort rechten die dus niet onder het vermogensrecht vallen, zijn het recht op privacy (le droit au respect de la vie privée) en het briefgeheim (le droit au secret des correspondences).

Het vermogensrecht wordt vervolgens weer onderverdeeld in het zakenrecht (le droit réel) dat zich met echte materiële dingen bezighoudt, zoals bijvoorbeeld het eigendomsrecht (le droit de propriété) en het vruchtgebruik (le droit d’usufruit), en het meer subjectieve verbintenissenrecht (le droit personnel ou de créance). Het zijn hier niet langer de stoffelijke dingen, maar de personen zelf die de hoofdrol spelen. Het gaat nu over de verbintenissen die personen kunnen aangaan en omvat een bevoegdheid die iemand heeft ten aanzien van een andere persoon (droit de créance). De crediteur (le créancier) kan een prestatie (une prestation) verlangen van de debiteur (le débituer), bijvoorbeeld bij het aangaan van schulden (dettes de sommes d’argent), of bij het aangaan van een contractuele verplichting om iets te geven, doen of na te laten (obligation de donner, faire ou de ne pas faire).

Een onderdeel van het verbintenissenrecht is het contractenrecht (droit des obligations). Hierbij gaat het echt om het ontstaan van een juridische band tussen personen. Dit kan met een formele, vaak op papier gestelde, overeenkomst (un contrat), maar ook buiten een contract om door het ontstaan van een verplichting tot het betalen van een schadevergoeding (dommages et intérêts) als het gevolg van een onrechtmatige daad (délit civil of quasi-délit).