woensdag 11 januari 2017

EEN INDELING VAN HET FRANSE RECHT

Rechtsregels worden ingedeeld in verschillende sectoren, die in het Frans ‘les branches du droit’ worden genoemd. Het Franse en Nederlandse rechtssysteem (le système juridique) wordt tot het continentale recht (le droit civiliste) gerekend. Dit betekent dat de rechtsregels voornamelijk in wetsteksten zijn vastgelegd. Dit in tegenstelling tot het Angelsaksische rechtssysteem (la common law) waar rechtsregels uit rechterlijke uitspraken moeten worden afgeleid. Naast het binnenlandse recht (le droit interne) gaat het internationale recht (le droit international) een steeds grotere rol spelen.

Om wat orde in de jungle van wetten en regels te brengen wordt het recht vaak in een aantal eenvoudige categorieën onderverdeeld. Er bestaan verschillende indelingen die allemaal lijden aan een zekere willekeur en over simplificatie van de werkelijkheid, maar desondanks toch helpen om wat orde in de chaos te scheppen.

Het belangrijkste onderscheid, dat zowel in het Franse als het Nederlandse recht gebruikelijk is, is dat tussen publiekrecht (le droit public) en privaatrecht (le droit privé). Grof gesteld kunt u er van uit gaan dat het privaatrecht de juridische betrekkingen tussen privé personen (personnes privées) regelt en het publiekrecht de betrekkingen waarbij staatsinstellingen (personnes publiques), zoals de rijksoverheid (l’État), de regio’s (les Régions), de departementen (les départements) of de gemeenten (les communes) betrokken zijn. Als er een staatsinstelling bij betrokken is gelden niet alleen andere regels, maar is er zelfs een heel ander soort gerechten bevoegd.

Zo kent Frankrijk dus twee verschillende, volledig los van elkaar staande, juridische ordes. Aan de ene kant de gewone gerechten van de ‘l’ordre judiciare’ en aan de andere kant de bestuursgerechten van de ‘l’ordre administratif’. Er bestaat daarbij een strikt onderscheid tussen het stelsel van gewone rechtbanken en het stelsel van bestuursrechtbanken (l’ordre administratif).

Het publiekrecht wordt weer onderscheiden in het staatsrecht (le droit constitutionnel), het bestuursrecht (le droit administratif), het belastingrecht (le droit fiscal) het strafrecht (le droit pénal) en het internationaal publiekrecht (le droit international public.

Het privaatrecht wordt weer onderverdeeld in het civiele recht (le droit civil), het handelsrecht (le droit commercial), het sociale recht (le droit social), het landbouwrecht (le droit rural) en het internationaal privaatrecht (le droit international privé). Verwarrend is wel dat de termen privaatrecht (droit privé) en civielrecht (droit civil), vooral in Nederland, maar ook in Frankrijk, als synoniemen worden gebruikt.

Het civiele recht kent zelf ook weer een verdelingen in verschillende categorieën. Zoals het vermogensrecht (le droit patrimonial) waarbij het gaat om op geld waardeerbare (évaluable en argent) rechten. Dus om het recht (le droit subjectif) dat iemand over een bepaald vermogensbestanddeel heeft. Daar tegenover staan de niet op geld waardeerbare rechten (droits extrapatrimoniaux). Voorbeelden van dit soort rechten die dus niet onder het vermogensrecht vallen, zijn het recht op privacy (le droit au respect de la vie privée) en het briefgeheim (le droit au secret des correspondences).

Het vermogensrecht wordt vervolgens weer onderverdeeld in het zakenrecht (le droit réel) dat zich met echte materiële dingen bezighoudt, zoals bijvoorbeeld het eigendomsrecht (le droit de propriété) en het vruchtgebruik (le droit d’usufruit), en het meer subjectieve verbintenissenrecht (le droit personnel ou de créance). Het zijn hier niet langer de stoffelijke dingen, maar de personen zelf die de hoofdrol spelen. Het gaat nu over de verbintenissen die personen kunnen aangaan en omvat een bevoegdheid die iemand heeft ten aanzien van een andere persoon (droit de créance). De crediteur (le créancier) kan een prestatie (une prestation) verlangen van de debiteur (le débituer), bijvoorbeeld bij het aangaan van schulden (dettes de sommes d’argent), of bij het aangaan van een contractuele verplichting om iets te geven, doen of na te laten (obligation de donner, faire ou de ne pas faire).

Een onderdeel van het verbintenissenrecht is het contractenrecht (droit des obligations). Hierbij gaat het echt om het ontstaan van een juridische band tussen personen. Dit kan met een formele, vaak op papier gestelde, overeenkomst (un contrat), maar ook buiten een contract om door het ontstaan van een verplichting tot het betalen van een schadevergoeding (dommages et intérêts) als het gevolg van een onrechtmatige daad (délit civil of quasi-délit).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten