Rechtsregels worden ingedeeld in verschillende sectoren, die
in het Frans ‘les branches du droit’ worden genoemd. Het Franse en Nederlandse
rechtssysteem (le système juridique) wordt tot het continentale recht (le droit
civiliste) gerekend. Dit betekent dat de rechtsregels voornamelijk in
wetsteksten zijn vastgelegd. Dit in tegenstelling tot het Angelsaksische
rechtssysteem (la common law) waar rechtsregels uit rechterlijke uitspraken
moeten worden afgeleid. Naast het binnenlandse recht (le droit interne) gaat
het internationale recht (le droit international) een steeds grotere rol
spelen.
Om wat orde in de jungle van wetten en regels te brengen
wordt het recht vaak in een aantal eenvoudige categorieën onderverdeeld. Er
bestaan verschillende indelingen die allemaal lijden aan een zekere willekeur
en over simplificatie van de werkelijkheid, maar desondanks toch helpen om wat
orde in de chaos te scheppen.
Het belangrijkste onderscheid, dat zowel in het Franse als
het Nederlandse recht gebruikelijk is, is dat tussen publiekrecht (le droit
public) en privaatrecht (le droit privé). Grof gesteld kunt u er van uit gaan
dat het privaatrecht de juridische betrekkingen tussen privé personen
(personnes privées) regelt en het publiekrecht de betrekkingen waarbij
staatsinstellingen (personnes publiques), zoals de rijksoverheid (l’État), de
regio’s (les Régions), de departementen (les départements) of de gemeenten (les
communes) betrokken zijn. Als er een staatsinstelling bij betrokken is gelden
niet alleen andere regels, maar is er zelfs een heel ander soort gerechten
bevoegd.
Zo kent Frankrijk dus twee verschillende, volledig los van
elkaar staande, juridische ordes. Aan de ene kant de gewone gerechten van de
‘l’ordre judiciare’ en aan de andere kant de bestuursgerechten van de ‘l’ordre
administratif’. Er bestaat daarbij een strikt onderscheid tussen het stelsel
van gewone rechtbanken en het stelsel van bestuursrechtbanken (l’ordre
administratif).
Het publiekrecht wordt weer onderscheiden in het staatsrecht
(le droit constitutionnel), het bestuursrecht (le droit administratif), het
belastingrecht (le droit fiscal) het strafrecht (le droit pénal) en het
internationaal publiekrecht (le droit international public.
Het privaatrecht wordt weer onderverdeeld in het civiele
recht (le droit civil), het handelsrecht (le droit commercial), het sociale
recht (le droit social), het landbouwrecht (le droit rural) en het
internationaal privaatrecht (le droit international privé). Verwarrend is wel dat
de termen privaatrecht (droit privé) en civielrecht (droit civil), vooral in
Nederland, maar ook in Frankrijk, als synoniemen worden gebruikt.
Het civiele recht kent zelf ook weer een verdelingen in
verschillende categorieën. Zoals het vermogensrecht (le droit patrimonial)
waarbij het gaat om op geld waardeerbare (évaluable en argent) rechten. Dus om
het recht (le droit subjectif) dat iemand over een bepaald vermogensbestanddeel
heeft. Daar tegenover staan de niet op geld waardeerbare rechten (droits
extrapatrimoniaux). Voorbeelden van dit soort rechten die dus niet onder het
vermogensrecht vallen, zijn het recht op privacy (le droit au respect de la vie
privée) en het briefgeheim (le droit au secret des correspondences).
Het vermogensrecht wordt vervolgens weer onderverdeeld in
het zakenrecht (le droit réel) dat zich met echte materiële dingen bezighoudt,
zoals bijvoorbeeld het eigendomsrecht (le droit de propriété) en het
vruchtgebruik (le droit d’usufruit), en het meer subjectieve verbintenissenrecht
(le droit personnel ou de créance). Het zijn hier niet langer de stoffelijke
dingen, maar de personen zelf die de hoofdrol spelen. Het gaat nu over de
verbintenissen die personen kunnen aangaan en omvat een bevoegdheid die iemand
heeft ten aanzien van een andere persoon (droit de créance). De crediteur (le
créancier) kan een prestatie (une prestation) verlangen van de debiteur (le
débituer), bijvoorbeeld bij het aangaan van schulden (dettes de sommes
d’argent), of bij het aangaan van een contractuele verplichting om iets te
geven, doen of na te laten (obligation de donner, faire ou de ne pas faire).
Een onderdeel van het verbintenissenrecht is het contractenrecht
(droit des obligations). Hierbij gaat het echt om het ontstaan van een
juridische band tussen personen. Dit kan met een formele, vaak op papier
gestelde, overeenkomst (un contrat), maar ook buiten een contract om door het
ontstaan van een verplichting tot het betalen van een schadevergoeding
(dommages et intérêts) als het gevolg van een onrechtmatige daad (délit civil
of quasi-délit).