maandag 25 januari 2016

Biens incorporels (onlichamelijke zaken)

Goederen (biens) zijn alle dingen die je in eigendom kunt hebben. In het Romeinse recht werd daarbij al onderscheid gemaakt tussen lichamelijke zaken ‘res corporales’ en onlichamelijke zaken ‘res incorporales’. De lichamelijke zaken waren echte materiële dingen. Tastbare zaken die kunnen worden aangeraakt. Bij de onlichamelijke zaken ging het om het recht op die materiële dingen. Er lag dus altijd een fysiek voorwerp ten grondslag aan een onlichamelijke zaak. Je kon alleen een materieel lichamelijk ding bezitten. In het moderne recht is dat niet langer het geval.

Tegenwoordig gaat het om de vraag of een ding een economische waarde heeft. Dus vooral om de vraag of iets op geld waardeerbaar is (ayant une valeur pécuniaire). Onlichamelijke goederen zijn dan rechten en vorderingen met een economische waarde. ‘Biens incorporels’ zijn dus eigenlijk een vorm van intellectuele eigendom (propriété intellectuelle). Zoals bijvoorbeeld een geldvordering (une créance), gebruiksrechten (droits d’usage) of een auteursrecht (un droit d’auteur). De eigendom van een onlichamelijke zaak is dus onafhankelijk van het al dan niet bestaan van een achterliggend fysiek en tastbaar voorwerp (une chose matérielle et tangible). Dat neemt niet weg dat het heel goed mogelijk is dat een ‘biens incorporels’ zijn grond vindt in een tastbaar object.

In het Nederlandse recht wordt de term zaak gereserveerd voor lichamelijke zaken. Voor wat in het Franse recht ‘biens incorporels’ wordt genoemd gebruiken Nederlandse juristen het woord vermogensrecht. In het Nederlandse recht wordt de term onlichamelijke zaak gelet op de definitie van het begrip zaak in 3:2 BW dan ook niet meer gebruikt. Er wordt echter weldegelijk een strikt onderscheid gemaakt tussen tastbare objecten, zaken in de zin van artikel 3:2 BW, en de genoemde vermogensrechten. Beiden zijn vermogensbestanddelen en worden juridisch als goederen (biens) aangemerkt.