vrijdag 4 augustus 2017

BODEMVERONTREINIGING ALS VERBORGEN GEBREK

Zowel in Nederland als in Frankrijk is het verstandig om bij de koop van een huis uit te zoeken wat de kwaliteit van de bodem is en of deze geschikt is voor het door u beoogde gebruik. In Nederland is de koper zelfs wettelijk verplicht uit te zoeken of er bodemverontreiniging aanwezig is (de zogenaamde onderzoeksplicht). Ook de verkoper is verplicht de koper te informeren over eventueel aanwezige verontreiniging (de informatieplicht). In het koopcontract wordt dan een standaardclausule opgenomen over de mogelijke aanwezigheid van ondergrondse tanks en bodemverontreiniging. In Frankrijk is dit alles niet verplicht en wordt er lang niet altijd een clausule over de staat van de bodem in een koopovereenkomst opgenomen.

De koper van een verontreinigd onroerend goed kan in Frankrijk natuurlijk altijd naar de rechter stappen, maar dat vergt wel enig geduld. Zo duurde het in de hier behandelde zaak over een oude garage meer dan tien jaar voor er een definitieve uitspraak lag. Bij uitspraak van 29 juni 2017 heeft de civiele kamer van de Franse Hoge Raad, het Cour de cassation (Cour de cassation Ch.civ 3 nr. 16-18087), de verkoper en de makelaar (le vendeur et l’agent immobilier) van de garage veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de koper (l’acquéreur). De particuliere koper (eigenlijk ‘une SCI familiale’) wilde het gebouw tot een woning verbouwen. De grond van de voormalige garage bleek echter ernstig vervuild te zijn.

Frankrijk kent niet de in het Nederlandse recht gebruikelijke schoongrondverklaring en de koper had het onroerend goed in de koopovereenkomst expliciet geaccepteerd in de staat waarin het verkeerde (en l’état et sans garantie). In de koopovereenkomst was natuurlijk geen beding over de conditie van de bodem opgenomen. De koper stelde de verkoper, makelaar en notaris aansprakelijk voor de schade die hij door de bodemverontreiniging geleden had. Volgens hem moest de verontreiniging als een verborgen gebrek (vice caché) worden aangemerkt.

Het Cour de cassation overwoog dat de koper er niet zonder meer van uit mocht gaan dat de grond onder de door hem gekochte garage schoon was. Het is een feit van algemene bekendheid (dont tout un chacun pouvait avoir connaissance) dat garages een belangrijke bron van bodemverontreiniging zijn. Desondanks mocht ook van de verkopende partij verwacht worden dat ze de koper over de verontreiniging informeerden. Temeer daar er naast de ‘normale’ verontreinigingen ook nog eens vaten met gevaarlijke stoffen begraven waren. Het Cour overwoog: « qu’en sa qualité de dernier exploitant du garage précédemment exploité par son père, M. X... ne pouvait ignorer les vices affectant les locaux et que l'existence des cuves enterrées qui se sont avérées fuyardes n'avait été révélée à l'acquéreur que postérieurement à la vente ».

Naar het oordeel van het Cour de cassation vormden de begraven vaten dus inderdaad een verborgen gebrek waar de verkoper aansprakelijk voor gesteld kon worden. De koper moest een kwart van de schade zelf dragen, omdat hij in elk geval een deel van de verontreiniging van te voren had kunnen verwachten.


Na tien jaar kreeg de bedrogen koper dus eindelijk zijn schadevergoeding. Tien jaar is een lange tijd en niet iedereen heeft het geduld en de financiële middelen om zolang te wachten. Het is dan ook beter om het niet zover te laten komen en er ook bij de koop en verkoop van een Frans pand voor te zorgen dat er garanties over de toestand van de bodem in het koopcontract staan opgenomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten