zondag 12 juli 2015

DE RIJDENDEN RECHTER IN FRANKRIJK

Net als in Nederland kwamen ook in Frankrijk veel kleine (consumenten) geschillen nooit bij de rechter. Een juridische procedure is eng en bovendien duur. Om het recht ook voor de gewone man en voor kleinere zaken bereikbaar te maken is in Frankrijk de ‘juge de proximité’ in het leven geroepen. Dit gerecht is bedoeld om kleine geschillen uit het dagelijks leven makkelijk, snel en goedkoop (gratis) te kunnen beslechten.  Zo is de rijdende rechter in Frankrijk een officieel onderdeel van de rechterlijke macht geworden.

De buurtrechter is geen professionele rechter, maar een lekenrechter (un assesseur), vaak een oud rechter, een notaris of een deurwaarder, die dicht bij de burger kleine geschillen beslecht. Hij wordt voor een periode van zeven jaar bij presidentieel decreet benoemd.

Hij is bevoegd in civiele zaken tot een bedrag van € 4.000 (art. L231-3 Code de l’organisation judiciaire). Het gaat dan vooral om burenruzies (les conflits de voisinage), kleine consumenten zaken (les petits litiges de consommation), aanmaningen (les injonctions de payer), wanprestaties (les injonctions de faire) en alimentatiezaken (les contestations de paiemement direct d’une pension alimentaire). Tegen een uitspraak kan geen hoger beroep worden aangetekend. Het is wel mogelijk om in cassatie te gaan.

'Le juge de proximité' speelt ook bij kleine overtredingen een rol. In het strafrecht is hij bevoegd voor overtredingen van de eerste vier categorieën (contraventions des quatres premières classes; art 521 Code procédure pénale). Met toestemming van de voorzitter van de rechtbank kan hij ook transactievoorstellen (une composition pénale) van de officier van justitie valideren tot en met overtredingen van de vijfde categorie. Gevangenisstraffen kunnen echter niet door een ‘juge de proximité’ worden opgelegd.

Een zaak kan zonder veel administratieve poeha aanhangig worden gemaakt via een internet formulier: Cerfa nr. 12285*02 (www.vosdroits.justice.gouv.fr onder formulaires pour les particuliers). Ook een advocaat is niet verplicht, maar mag natuurlijk altijd. Op grond van art. L231-5 Code d’organisaton judiciaire kan deze rechter op eigen initiatief of op verzoek van één van de partijen een in zijn ogen te ingewikkelde zaak doorverwijzen naar een ‘tribunal d’instance’. Dit ‘tribunal’ heeft wat meer juridische ervaring maar blijft formeel nog steeds een ‘juge de proximité’.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten