donderdag 8 oktober 2015

De JAF een speciale rechter voor familiezaken

Ieder Tribunal de grande instance (TGI) heeft minimaal één ‘juge aux affaires familiales’, of te wel JAF (art. L. 312-1 Code de l’organisation judiciaire). Vroeger werd de JAF: ‘juge aux affaires matrimoniales’ genoemd. Zoals de naam al aan geeft is deze rechter belast met familiezaken zoals bijvoorbeeld:
  • Scheidingszaken, inclusief scheiding van tafel en bed (séparation de corps) en alle geschillen die na een scheiding (l’après-divorce) kunnen opkomen. In dit soort zaken is bijstand door een advocaat verplicht.
  • Zaken over huwelijksgeschillen (crises entre les époux).
  •  De uitoefening van het ouderlijk gezag (exercise de l’autorité parentale). Hij kan in dit kader bijvoorbeeld een ouder het ouderlijke gezag ontnemen (supprimer l’exercice de l’autorité parentale), de verblijfplaats van het kind aanwijzen (fixer la résidence) of het bezoekrecht regelen (le droit de visite).
  • Zaken over het bezoekrecht van grootouders (le droit de visiste des grands-parents) en andere personen die een emotionele band met het kind hebben. In dit soort zaken is bijstand door een advocaat verplicht.
  •  Naamswijziging (modification du prénom).
  • Alimentatiezaken (pensions alimentairs). De JAF stelt de alimentatie en de hoogte daarvan vast bij een scheiding. Maar niet alleen bij een scheiding, ook behoeftige ouders (des parents démuni financièrement) kunnen een alimentatie van hun meerder jarige kinderen verlangen.
  • Herzieningsverzoeken van onderhoudsplichten (une prestation compensatoire). De JAF kan op verzoek beslissen over de vaststelling (mise en place), verhoging (augmentation) of vermindering (diminution) van een onderhoudsplicht (pension alimentaire).
  •  Zaken over de bijdrage aan de gezinskosten (les charges du mariage).
  • Verhaal van verpleegkosten van onvermogenden op hun kinderen en kleinkinderen (recours des hospices et hôpitaux).

dinsdag 18 augustus 2015

DE GERECHTEN UIT DE ‘JURIDICTIONS PÉNALES’ VAN DE ‘L’ORDRE JUDICIARIE’

De strafrechtstak van de ‘l’ordre judiciaire’ heeft dan weer zijn eigen stelsel van gerechten. De ‘juridictions répressives’ (ook wel juridictions pénales) richten zich alleen op het strafrecht (le droit pénal). Het gaat bijvoorbeeld om ‘le Tribunal de police’ (de politierechter) voor overtredingen (contraventions), ‘le Tribunal correctionnel’ (de strafrechtbank) voor ‘normale’ misdrijven (délits), ‘la Cour d’assises’ (het Hof van Assisen) juryrechtspraak voor zware misdrijven (crimes). De ‘Juge des enfants’, ‘le Tribunal pour enfants’ en ‘la Cour d’assises pour mineurs’ vormen een schaduwstelsel van kinderrechters.

Ook de strafrechtstak kent weer gespecialiseerde gerechten. Zo bestaat er een eigen stelsel van gerechten voor minderjarigen bestaande uit:
  • Le Juge des enfants (de kinderrechter voor lichte vergrijpen);
  • Le Tribunal pour enfants (de kinderrechter);
  • La Cour d’assises pour mineurs (juryrechtspraak voor kinderen.


EEN OVERZICHT VAN DE ‘JURIDICTIONS PÉNALES’

Soort gerecht
Welke zaken?
Hoger beroep?
Opmerkingen
Juridiction de proximité
Kleine strafrechtelijke zaken.
Bij de meeste zaken is hoger beroep uitgesloten. Cassatie is wel mogelijk bij het ‘Cour de cassation’.
Maakt deel uit van ‘le Tribunal d’instance’. Een advocaat is niet verplicht.
Tribunal de police
Voor strafrechtelijke zaken waar een lichte straf op staat. Kan alleen straffen als boetes en taakstraffen opleggen.
Hoger beroep bij het ‘Cour d’appel’. Hoger beroep is niet mogelijk voor zaken waar een lichte boete is opgelegd. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Is te vinden in de hoofdstad van het arrondissement. Een advocaat is niet verplicht.
Tribunal correctionel
Voor strafrechtelijke zaken waar een gevangenisstraf van minder dan tien jaar op staat.
Hoger beroep bij het ‘Cour d’appel’. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Maakt deel uit van de TGI en is te vinden in de hoofdstad van het arrondissement of departement. Een advocaat is niet verplicht.
Cour d’assises
Voor strafrechtelijke zaken waar een gevangenisstraf van meer dan tien jaar op staat.
Bij een veroordeling kan hoger beroep worden aangetekend bij een ander ‘Cour d’assises’. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Bij een ‘Cour d’appel’ of een TGI. Meestal in de hoofdstad van een departement. Voor de verdachte is een advocaat verplicht. Voor de civiele partij (het slachtoffer) niet.
Cour d’appel
Behandelt in hoger beroep zaken van het TI, TGI, Conseil de prud’hommes, tribunal de commerce, tribunal paritaire des baux ruraux, tribunal des affaires de Sécurité sociale, tribunal de police en tribunal correctionel.
Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Is te vinden in een aantal departementshoofdsteden. Een procureur en advocaat zijn verplicht.
Cour de cassation
Behandelt cassatie zaken.
Hoogste nationale instantie. Er kan eventueel internationaal beroep worden aangetekend.
Is te vinden in Parijs. Een gespecialiseerd en daartoe speciaal aangestelde advocaat bij het ‘Cour de cassation’ en het ‘Conseil d’État’ is verplicht.


vrijdag 7 augustus 2015

DE GERECHTEN UIT DE ‘JURIDICTIONS CIVILES’ VAN DE ‘L’ORDRE JUDICIAIRE’

De ‘juridictions civiles’ spreken recht in geschillen tussen natuurlijke personen en rechtspersonen (individus et personnes morales). Bepaalde geschillen worden aan een bijzondere rechtbank (des tribunaux d’exception) zoals ‘le tribunal de prud’hommes’ en le tribunal de commerce’ overgelaten. Als de wet niet een bijzonder gerecht aanwijst is de rechtbank van het commune recht (le droit commun) ‘le tribunal de grande instance’ bevoegd. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof (la cour d’appel) en bovenaan de piramide kan cassatie worden aangetekend bij wat in Frankrijk ‘la Cour de cassation’ en bij ons de Hoge Raad wordt genoemd.

De civiele tak van de l’ordre judiciaire kent de volgende gerechten:

· La Juridiction de proximité (het buurtgerecht);
· Le Tribunal d’instance (vergelijkbaar met onze kantonrechter);
· Le Tribunal de grande instance (vergelijkbaar met onze rechtbanken);
· La Cour d’appel (de beroepsrechter, vergelijkbaar met onze gerechtshoven);
· La Cour de cassation (de cassatierechter, vergelijkbaar met onze Hoge Raad).

Maar daar blijft het niet bij. Er bestaan ook nog een groot aantal gespecialiseerde rechtbanken die elk een exclusieve bevoegdheid kennen over hun eigen stukje van het civiele recht. Hoger beroep en cassatie kunnen dan wel weer bij de normale instanties (la Cour d’appel en la Cour de cassation) worden aangetekend. De civiele tak van de ‘l’ordre judiciaire’ kent de volgende 'tribunaux d'exception':

· Le Tribunal de commerce (de rechtbank voor koophandel geschillen);
· Le Conseil de prud’hommes (het arbeidsgerecht);
· Le Tribunal paritaire des baux ruraux (de pachtrechter);
· Le Tribunal d’affaires de sécurité sociale (de rechter voor geschillen over sociale verzekeringen).

Het is dus lang niet altijd even makkelijk om het juiste soort gerecht voor uw geschil te vinden. Hieronder een overzichtje om één en ander wat overzichtelijker te maken.

Soort gerecht
Welke zaken?
Hoger beroep?
Opmerkingen
Juridiction de proximité
Civiel rechterlijke zaken tot € 4.000, met uitzondering van zaken die exclusief aan een andere rechtbank zijn toegewezen. Kleine strafrechtelijke zaken.
Bij de meeste zaken is hoger beroep uitgesloten. Cassatie is wel mogelijk bij het ‘Cour de cassation’.
Maakt deel uit van ‘le Tribunal d’instance’. Een advocaat is niet verplicht.
Tribunal d’instance (TI)
Civiel rechterlijke zaken tot € 10.000, met uitzondering van zaken die exclusief aan een andere rechtbank zijn toegewezen. Exclusief bevoegd in huur- en voogdijzaken.
Hoger beroep bij het ‘Cour d’appel’ voor zaken met een inzet van meer dan € 4.000. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Is te vinden in de hoofdstad van ieder arrondissement. Een advocaat is niet verplicht.
Tribunal de grande instance (TGI)
Civiel rechterlijke zaken van meer dan € 10.000, met uitzondering van zaken die exclusief aan een andere rechtbank zijn toegewezen. Exclusief bevoegd in zaken van het personen- en familierecht.
Hoger beroep bij het ‘Cour d’appel’ voor zaken met een inzet van meer dan € 4.000. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Is te vinden in de hoofdstad van het arrondissement of departement. In de meeste zaken is een advocaat verplicht.
Tribunal de commerce
Voor alle koophandel zaken en zaken tussen bedrijven.
Hoger beroep bij het ‘Cour d’appel’ voor zaken met een inzet van meer dan € 4.000. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Is te vinden in de hoofdstad van het arrondissement of departement. Een advocaat is niet verplicht.
Conseil de prud’hommes
Voor alle arbeidsrechtelijke zaken
Hoger beroep bij het ‘Cour d’appel’ voor zaken met een inzet van meer dan € 4.000. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Is te vinden in de hoofdstad van het arrondissement of departement. Een advocaat is niet verplicht.
Tribunal paritaire des baux ruraux
Voor alle agrarische pacht zaken.
Hoger beroep bij het ‘Cour d’appel’. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Is te vinden in de hoofdstad van het arrondissement. Een advocaat is niet verplicht.
Tribunal des affaires de Sécurité sociale
Voor alle zaken die betrekking hebben op de sociale verzekeringen.
Hoger beroep bij het ‘Cour d’appel’. Cassatie bij het ‘Cour de cassation’.
Is te vinden in de hoofdstad van het arrondissement. Een advocaat is niet verplicht.

woensdag 29 juli 2015

RUIMTELIJKE ORDENING IN FRANKRIJK

De Franse overheid is ook in de ruimtelijke ordening sterk centralistisch georganiseerd. Sinds enige decennia wordt echter een voorzichtige poging ondernomen om de ruimtelijke ordening en planning wat meer te decentraliseren. Zo is op 13 december 2000 ‘La loi no 2000-1208 relative à la solidarité et au renouvellement urbains’, ook wel de SRU of de ’Loi Gayssot’ genoemd, aangenomen. De invoering van deze solidariteits- en stedelijke vernieuwingswet was één van de grootste wetgevende hervormingen op het gebied van ruimtelijke ordening in de afgelopen twintig jaar. De wet heeft betrekking op de ruimtelijke ordening, de werking van de gemeenschappelijke eigendom en de bescherming van potentiële kopers en  huurders.

Frankrijk kent een sterke bestuurlijke gelaagdheid. Aan de ene kant van het spectrum bevindt zich de centrale overheid. Aan de andere kant de gemeenten (communes). Daartussen bevinden zich nog twee direct gekozen bestuurslagen de’ régions’ en de ‘départements’. Iedere région bestaat uit meerdere départements. Tussen de bestuurlijke lagen département en commune bevinden zich nog twee administratieve lagen: het arrondisement en het kanton.

Het intergemeentelijk niveau kent de planfiguur ‘Schéma de Cohérence Territorial ‘(SCOT). Dit betreft een planfiguur met een definitie van de grootste belangen en doelen voor de duurzame ontwikkeling van een intergemeentelijk gebied. Een SCOT heeft betrekking op gebieden van verschillende gemeenten, met het oog op de ruimtelijke ordening op een schaal waarop een integrale economische ontwikkelingsstrategie van toepassing is alsmede het creëren van kaders voor 107 gemeentelijke bestemmingsplannen. Deze figuur is vergelijkbaar met de structuurvisies in Nederland.
Een SCOT bestaat uit drie onderdelen:

- Rapport de Présentation. Hierin wordt de uitgangspositie vastgelegd en wordt een analyse van de omgevingsbehoefte en ontwikkelingsbehoefte voor de regio uiteengezet.
 - Plan d’aménagement et de développement durable (PADD). In dit document worden door de lokale politici de strategische doelen (milieu, huisvesting, mobiliteit en economie) gedefinieerd voor de komende 10 tot 20 jaar.
 - Document d'orientations générales (DOG). Dit bevat een nader specificatie van de implementatie van de doelen uit de PADD.

Een SCOT heeft geen plankaart. Dit was wel het geval bij de voorganger van de SCOT, de SDAU, maar is geschrapt vanwege het ontbreken van een duidelijk onderscheidend detailniveau in die plankaart ten opzichte van de gemeentelijke plankaart. Vanuit de verschillende lagen van de overheid vindt men naarmate men lager in de bestuurlijke hiërarchie komt steeds concretere plannen met als meest gedetailleerde niveau een soort bestemmingsplan; ‘Plan Local d’urbanisme’ (verder: PLU). Dergelijke plannen zijn, net als in Nederland, digitaal beschikbaar.

maandag 20 juli 2015

DE BESTUURSRECHTBANKEN VAN DE ‘L’ORDRE ADMINISTRATIVE'

De Franse overheid heeft zeer veel macht, meer macht dan bijvoorbeeld de Nederlandse overheid. Een overheid die bovendien ook nog wel eens van kwade trouw (une Administration de mauvaise foi) wil zijn. Dit maakt een goed functionerend systeem van rechtsbescherming tegen deze overheid zeker geen overbodige luxe.

In Frankrijk is de rechterlijke macht verdeeld in twee los van elkaar staande takken. Frankrijk kent namelijk twee verschillende juridische ordes. Aan de ene kant de gewone gerechten van de ‘l’ordre judiciare’ en aan de andere kant de bestuursgerechten van de ‘l’ordre administratif’. Dit verschil stamt nog uit de tijd van de Franse Revolutie. Het toenmalige bestuur vertrouwde het beroep tegen zijn besluiten niet toe aan een onafhankelijk rechter en zorgde ervoor rechter in eigen zaak te worden (l’administration-juge). Tegenwoordig bestaat er een onafhankelijk systeem van bestuursgerechten dat geen banden meer heeft met het bestuur
.
De gerechten van de ‘l’ordre administrative’ behandelen alle zaken waarbij de overheid (l’État), een aan de overheid verbonden instelling (un organisme assimilé) of zelfs een staatsbedrijf (une entreprise publique) een rol spelen. Daarnaast zijn ze ook bevoegd in ambtenaren zaken. De Franse bestuursgerechten zijn net als hun Nederlandse tegenhangers een stuk minder formeel dan de normale gerechten en ze zijn, in tegenstelling tot hun Nederlandse tegenhangers, gratis.
Het stelstel van bestuursrechtbanken behandelt dus zaken tussen burgers (administré) en het openbaar bestuur (Administration) en bestaat uit:
  • Le Tribunal administratif;
  • La Cour administative d’appel;
  • Le Conseil d’État.

zondag 12 juli 2015

DE RIJDENDEN RECHTER IN FRANKRIJK

Net als in Nederland kwamen ook in Frankrijk veel kleine (consumenten) geschillen nooit bij de rechter. Een juridische procedure is eng en bovendien duur. Om het recht ook voor de gewone man en voor kleinere zaken bereikbaar te maken is in Frankrijk de ‘juge de proximité’ in het leven geroepen. Dit gerecht is bedoeld om kleine geschillen uit het dagelijks leven makkelijk, snel en goedkoop (gratis) te kunnen beslechten.  Zo is de rijdende rechter in Frankrijk een officieel onderdeel van de rechterlijke macht geworden.

De buurtrechter is geen professionele rechter, maar een lekenrechter (un assesseur), vaak een oud rechter, een notaris of een deurwaarder, die dicht bij de burger kleine geschillen beslecht. Hij wordt voor een periode van zeven jaar bij presidentieel decreet benoemd.

Hij is bevoegd in civiele zaken tot een bedrag van € 4.000 (art. L231-3 Code de l’organisation judiciaire). Het gaat dan vooral om burenruzies (les conflits de voisinage), kleine consumenten zaken (les petits litiges de consommation), aanmaningen (les injonctions de payer), wanprestaties (les injonctions de faire) en alimentatiezaken (les contestations de paiemement direct d’une pension alimentaire). Tegen een uitspraak kan geen hoger beroep worden aangetekend. Het is wel mogelijk om in cassatie te gaan.

'Le juge de proximité' speelt ook bij kleine overtredingen een rol. In het strafrecht is hij bevoegd voor overtredingen van de eerste vier categorieën (contraventions des quatres premières classes; art 521 Code procédure pénale). Met toestemming van de voorzitter van de rechtbank kan hij ook transactievoorstellen (une composition pénale) van de officier van justitie valideren tot en met overtredingen van de vijfde categorie. Gevangenisstraffen kunnen echter niet door een ‘juge de proximité’ worden opgelegd.

Een zaak kan zonder veel administratieve poeha aanhangig worden gemaakt via een internet formulier: Cerfa nr. 12285*02 (www.vosdroits.justice.gouv.fr onder formulaires pour les particuliers). Ook een advocaat is niet verplicht, maar mag natuurlijk altijd. Op grond van art. L231-5 Code d’organisaton judiciaire kan deze rechter op eigen initiatief of op verzoek van één van de partijen een in zijn ogen te ingewikkelde zaak doorverwijzen naar een ‘tribunal d’instance’. Dit ‘tribunal’ heeft wat meer juridische ervaring maar blijft formeel nog steeds een ‘juge de proximité’.

maandag 6 juli 2015

COMPÉTENCE D'ATTRIBUTION ET COMPÉTENCE TERRITORIALE

Niet ieder gerecht kan zomaar over alle soorten zaken beslissen. Een rechtszaak moet voor de rechtbank gebracht worden die beschikt over de juiste juridische bevoegdheid (la compétence of l’aptitude légale) om in die bepaalde zaak recht te spreken. Bevoegdheid wordt in het recht ook wel competentie genoemd. Er bestaan twee soorten competentie:
  • De absolute competentie (la compétence d’attribution) en
  • De relatieve competentie (la compétence territoriale).
De absolute competentie (la compétence d’attribution) bepaalt welk type rechtbank (inhoudelijk) bevoegd is om van een bepaald type zaak kennis te nemen (le droit de connaître d’une affaire). De wet (la loi) verleent of attribueert aan een gerecht de bij dat gerecht behorende competentie. Zo is bijvoorbeeld ‘le tribunal de grande instance’ bevoegd om scheidingszaken te behandelen en moet je voor het aanvechten van een ontslag bij ‘le Conseil de prud’hommes’ zijn.

De relatieve competentie (la compétence territoriale) gaat over de vraag in welke plaats een bepaalde zaak aanhangig moet worden gemaakt. Moet u zijn bij het gerecht van uw woonplaats of moet u misschien naar het gerecht van de woonplaats van uw tegenstander?