woensdag 29 juli 2015

RUIMTELIJKE ORDENING IN FRANKRIJK

De Franse overheid is ook in de ruimtelijke ordening sterk centralistisch georganiseerd. Sinds enige decennia wordt echter een voorzichtige poging ondernomen om de ruimtelijke ordening en planning wat meer te decentraliseren. Zo is op 13 december 2000 ‘La loi no 2000-1208 relative à la solidarité et au renouvellement urbains’, ook wel de SRU of de ’Loi Gayssot’ genoemd, aangenomen. De invoering van deze solidariteits- en stedelijke vernieuwingswet was één van de grootste wetgevende hervormingen op het gebied van ruimtelijke ordening in de afgelopen twintig jaar. De wet heeft betrekking op de ruimtelijke ordening, de werking van de gemeenschappelijke eigendom en de bescherming van potentiële kopers en  huurders.

Frankrijk kent een sterke bestuurlijke gelaagdheid. Aan de ene kant van het spectrum bevindt zich de centrale overheid. Aan de andere kant de gemeenten (communes). Daartussen bevinden zich nog twee direct gekozen bestuurslagen de’ régions’ en de ‘départements’. Iedere région bestaat uit meerdere départements. Tussen de bestuurlijke lagen département en commune bevinden zich nog twee administratieve lagen: het arrondisement en het kanton.

Het intergemeentelijk niveau kent de planfiguur ‘Schéma de Cohérence Territorial ‘(SCOT). Dit betreft een planfiguur met een definitie van de grootste belangen en doelen voor de duurzame ontwikkeling van een intergemeentelijk gebied. Een SCOT heeft betrekking op gebieden van verschillende gemeenten, met het oog op de ruimtelijke ordening op een schaal waarop een integrale economische ontwikkelingsstrategie van toepassing is alsmede het creëren van kaders voor 107 gemeentelijke bestemmingsplannen. Deze figuur is vergelijkbaar met de structuurvisies in Nederland.
Een SCOT bestaat uit drie onderdelen:

- Rapport de Présentation. Hierin wordt de uitgangspositie vastgelegd en wordt een analyse van de omgevingsbehoefte en ontwikkelingsbehoefte voor de regio uiteengezet.
 - Plan d’aménagement et de développement durable (PADD). In dit document worden door de lokale politici de strategische doelen (milieu, huisvesting, mobiliteit en economie) gedefinieerd voor de komende 10 tot 20 jaar.
 - Document d'orientations générales (DOG). Dit bevat een nader specificatie van de implementatie van de doelen uit de PADD.

Een SCOT heeft geen plankaart. Dit was wel het geval bij de voorganger van de SCOT, de SDAU, maar is geschrapt vanwege het ontbreken van een duidelijk onderscheidend detailniveau in die plankaart ten opzichte van de gemeentelijke plankaart. Vanuit de verschillende lagen van de overheid vindt men naarmate men lager in de bestuurlijke hiërarchie komt steeds concretere plannen met als meest gedetailleerde niveau een soort bestemmingsplan; ‘Plan Local d’urbanisme’ (verder: PLU). Dergelijke plannen zijn, net als in Nederland, digitaal beschikbaar.

maandag 20 juli 2015

DE BESTUURSRECHTBANKEN VAN DE ‘L’ORDRE ADMINISTRATIVE'

De Franse overheid heeft zeer veel macht, meer macht dan bijvoorbeeld de Nederlandse overheid. Een overheid die bovendien ook nog wel eens van kwade trouw (une Administration de mauvaise foi) wil zijn. Dit maakt een goed functionerend systeem van rechtsbescherming tegen deze overheid zeker geen overbodige luxe.

In Frankrijk is de rechterlijke macht verdeeld in twee los van elkaar staande takken. Frankrijk kent namelijk twee verschillende juridische ordes. Aan de ene kant de gewone gerechten van de ‘l’ordre judiciare’ en aan de andere kant de bestuursgerechten van de ‘l’ordre administratif’. Dit verschil stamt nog uit de tijd van de Franse Revolutie. Het toenmalige bestuur vertrouwde het beroep tegen zijn besluiten niet toe aan een onafhankelijk rechter en zorgde ervoor rechter in eigen zaak te worden (l’administration-juge). Tegenwoordig bestaat er een onafhankelijk systeem van bestuursgerechten dat geen banden meer heeft met het bestuur
.
De gerechten van de ‘l’ordre administrative’ behandelen alle zaken waarbij de overheid (l’État), een aan de overheid verbonden instelling (un organisme assimilé) of zelfs een staatsbedrijf (une entreprise publique) een rol spelen. Daarnaast zijn ze ook bevoegd in ambtenaren zaken. De Franse bestuursgerechten zijn net als hun Nederlandse tegenhangers een stuk minder formeel dan de normale gerechten en ze zijn, in tegenstelling tot hun Nederlandse tegenhangers, gratis.
Het stelstel van bestuursrechtbanken behandelt dus zaken tussen burgers (administré) en het openbaar bestuur (Administration) en bestaat uit:
  • Le Tribunal administratif;
  • La Cour administative d’appel;
  • Le Conseil d’État.

zondag 12 juli 2015

DE RIJDENDEN RECHTER IN FRANKRIJK

Net als in Nederland kwamen ook in Frankrijk veel kleine (consumenten) geschillen nooit bij de rechter. Een juridische procedure is eng en bovendien duur. Om het recht ook voor de gewone man en voor kleinere zaken bereikbaar te maken is in Frankrijk de ‘juge de proximité’ in het leven geroepen. Dit gerecht is bedoeld om kleine geschillen uit het dagelijks leven makkelijk, snel en goedkoop (gratis) te kunnen beslechten.  Zo is de rijdende rechter in Frankrijk een officieel onderdeel van de rechterlijke macht geworden.

De buurtrechter is geen professionele rechter, maar een lekenrechter (un assesseur), vaak een oud rechter, een notaris of een deurwaarder, die dicht bij de burger kleine geschillen beslecht. Hij wordt voor een periode van zeven jaar bij presidentieel decreet benoemd.

Hij is bevoegd in civiele zaken tot een bedrag van € 4.000 (art. L231-3 Code de l’organisation judiciaire). Het gaat dan vooral om burenruzies (les conflits de voisinage), kleine consumenten zaken (les petits litiges de consommation), aanmaningen (les injonctions de payer), wanprestaties (les injonctions de faire) en alimentatiezaken (les contestations de paiemement direct d’une pension alimentaire). Tegen een uitspraak kan geen hoger beroep worden aangetekend. Het is wel mogelijk om in cassatie te gaan.

'Le juge de proximité' speelt ook bij kleine overtredingen een rol. In het strafrecht is hij bevoegd voor overtredingen van de eerste vier categorieën (contraventions des quatres premières classes; art 521 Code procédure pénale). Met toestemming van de voorzitter van de rechtbank kan hij ook transactievoorstellen (une composition pénale) van de officier van justitie valideren tot en met overtredingen van de vijfde categorie. Gevangenisstraffen kunnen echter niet door een ‘juge de proximité’ worden opgelegd.

Een zaak kan zonder veel administratieve poeha aanhangig worden gemaakt via een internet formulier: Cerfa nr. 12285*02 (www.vosdroits.justice.gouv.fr onder formulaires pour les particuliers). Ook een advocaat is niet verplicht, maar mag natuurlijk altijd. Op grond van art. L231-5 Code d’organisaton judiciaire kan deze rechter op eigen initiatief of op verzoek van één van de partijen een in zijn ogen te ingewikkelde zaak doorverwijzen naar een ‘tribunal d’instance’. Dit ‘tribunal’ heeft wat meer juridische ervaring maar blijft formeel nog steeds een ‘juge de proximité’.

maandag 6 juli 2015

COMPÉTENCE D'ATTRIBUTION ET COMPÉTENCE TERRITORIALE

Niet ieder gerecht kan zomaar over alle soorten zaken beslissen. Een rechtszaak moet voor de rechtbank gebracht worden die beschikt over de juiste juridische bevoegdheid (la compétence of l’aptitude légale) om in die bepaalde zaak recht te spreken. Bevoegdheid wordt in het recht ook wel competentie genoemd. Er bestaan twee soorten competentie:
  • De absolute competentie (la compétence d’attribution) en
  • De relatieve competentie (la compétence territoriale).
De absolute competentie (la compétence d’attribution) bepaalt welk type rechtbank (inhoudelijk) bevoegd is om van een bepaald type zaak kennis te nemen (le droit de connaître d’une affaire). De wet (la loi) verleent of attribueert aan een gerecht de bij dat gerecht behorende competentie. Zo is bijvoorbeeld ‘le tribunal de grande instance’ bevoegd om scheidingszaken te behandelen en moet je voor het aanvechten van een ontslag bij ‘le Conseil de prud’hommes’ zijn.

De relatieve competentie (la compétence territoriale) gaat over de vraag in welke plaats een bepaalde zaak aanhangig moet worden gemaakt. Moet u zijn bij het gerecht van uw woonplaats of moet u misschien naar het gerecht van de woonplaats van uw tegenstander?

maandag 29 juni 2015

DE JUISTE RECHTBANK VOOR HET JUISTE GESCHIL

Het is in Nederland al lastig om de juiste rechtbank voor uw geschil te vinden, in Frankrijk wordt dat nog een stuk lastiger. De verschillende soorten Franse gerechten kunnen in twee families worden ingedeeld. Aan de ene kant de gewone gerechten van de ‘l’ordre judiciare’ en aan de andere kant de bestuursgerechten van de ‘l’ordre administratif’.

In Frankrijk wordt dus een strikt onderscheid gemaakt tussen het stelsel van gewone rechtbanken en het stelsel van bestuursrechtbanken (l’ordre administratif). De gerechten (juridictions) van de ‘l’ordre judiciaire’ worden weer opgedeeld in de:
  • Juridictions civiles (civiele rechtbanken) en de
  • Juridictions répressives (strafrechtbanken).
De ‘juridictions civiles’ spreken recht in geschillen tussen natuurlijke personen en rechtspersonen (individus et personnes morales). Bepaalde geschillen worden aan een bijzondere rechtbank (des tribunaux d’exception) zoals ‘le tribunal de prud’hommes’ en le tribunal de commerce’ overgelaten. Als de wet niet een bijzonder gerecht aanwijst is de rechtbank van het commune recht (le droit commun) ‘le tribunal de grande instance’ bevoegd. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof (la Cour d’appel) en bovenaan de piramide kan cassatie worden aangetekend bij wat in Frankrijk ‘la Cour de cassation’ en bij ons de Hoge Raad wordt genoemd.

De ‘juridictions répressives’ (ook wel juridictions pénales) richten zich op het strafrecht (le droit pénal). Het gaat bijvoorbeeld om ‘le tribunal de police’ (de politierechter) voor overtredingen (contraventions), ‘le tribunal correctionnel’ (de strafrechtbank) voor ‘normale’ misdrijven (délits) en ‘la Cour d’assises’ (het Hof van Assisen) juryrechtspraak voor zware misdrijven (crimes). De ‘juge des enfants’, ‘le tribunal pour enfants’ en ‘la cour d’assises pour mineurs’ vormen een schaduwstelsel van minderjarige criminelen.

Het stelstel van bestuursrechtbanken (l’ordre administratif) staat helemaal los van de hierboven genoemde gerechten bestaat uit:
  • Le Tribunal administratif;
  • La Cour administrative d’appel;
  • Le Conseil d’État.
'Le Tribunal administratif' is het gerecht in eerste aanleg (juridiction de premier degré) van het stelsel van bestuursrecht gerechten (l’ordre administratif). Hier worden zaken tussen burgers (administrés) en het bestuur (l’Administration) behandeld. Het gaat dan om dingen als bouwvergunningen, bestemmingsplannen en sociale zekerheid. Hoger beroep staat open op het ‘Cour administrative d’appel’ en cassatie (pourvoi) kan worden ingesteld bij de ‘Conseil d’État’ (de Franse Raad van State). 

Naast de rechtssprekende taak hebben de bestuursgerechten ook een bestuurs- en raadgevende functie (attributions administatives et consultatieves). Zo kan de prefect (le préfet) juridisch advies van een ‘tribunal administratif’ inwinnen (art. R. 212-1 Code de justice administrative).







dinsdag 23 juni 2015

BRONNEN VAN HET FRANSE RECHT

De informatiebronnen waaruit het geldend recht in Frankrijk gekend kan worden zijn niet erg verschillend van wat in Nederland gebruikelijk is. Er geldt in Frankrijk echter wel een strikte hiërarchie van rechtsbronnen (la hiérarchie des normes en droit Français), waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen formele en informele bronnen. Formele rechtsbronnen hebben, het woord zegt het al, een formele herkomst. Ze zijn via een bepaalde procedure tot stand gekomen en werken direct door in de nationale rechtsorde. De formele rechtsbronnen (les sources formelles) zijn:
  1. De verdragen (les traités internationaux);
  2. Het constitutionele blok (le bloc de Constitutionnalité);
  3. De wetten in formele zin (les lois);
  4. De Algemene Maatregelen van Bestuur (les règlements d’administation publique) en
  5. De algemeen verbindende voorschriften in materiële zin (les préscriptions).

Ad 1 Verdragen (les traités internationaux)
Een overeenkomst tussen staten of tussen staten en een internationale organisatie. In Frankrijk geldt het monisme (la position moniste) waarbij verdragen geacht worden boven het nationale recht te staan en integraal deel uit te maken van het rechtssysteem.

Ad 2 Het constitutionele blok (le bloc de Constitutionnalité)
De Franse Grondwet (la Constitution) en het geheel van constitutionele regels waarin de fundamentele principes van de Franse staat worden vastgelegd. In Nederland beperkt dit zich tot het Statuut van het Koninkrijk en de Grondwet, maar in Frankrijk worden er wat meer regelingen tot de basis van het Franse recht gerekend. Het ‘Bloc de constitutionnalité’ bestaat uit: ‘La Constitution de 1958’, ‘la déclaration des droits de l’homme et du citoyen de 1789, ‘le préambule de la Constitution du 27 octobre 1946’, de ‘principes fondamentaux reconnus par les lois de la République’ en ‘les principes particulièrement nécessaires à notre temps’.

Ad 3 De wetten in formele zin (les lois)
Een op grond van artikel 34 van de Constitution door het parlement (‘L’Assemblée nationale’ en ‘le Sénat’) ondertekende regelgeving. Het Nederlanse equivalent hiervan is de in artikel 81 en verder van de Grondwet omschreven wetgevingsprocedure.

Ad 4 Algemene Maatregelen van Bestuur (les règlements d’aminstration publique)
Een door de uitvoerende macht (le pouvoir exécutif) uitgevaardigde regeling van algemene strekking niet zijnde een wet in formele zin (artikel 37 Constitution). Er wordt onderscheid gemaakt tussen uitvoeringsregelingen (un règlement dit d’application, ook wel un décret d’apllication) en zelfstandige regelingen (un règlement dit autonome, ook wel un décret autonome). Een ‘décret d’application’ strekt ter uitvoering van een bestaande wet (une loi) en een ‘décret autonome’ vloeit voort uit de eigen bevoegdheid van een autoriteit (édictes dans le cadre des compétences propres de l’exécutif).

Ad 5 Voorschriften (Préscriptions)
Een algemene regeling van een tot wetgeving bevoegd orgaan dat verder strekkende rechtsgevolgen heeft dan een interne regeling van dat orgaan.

Informele rechtsbronnen zijn niet via een bepaalde officiële procedure tot stand gekomen. Ze zijn wat diffuser en hebben een meer indirecte, maar daarom nog niet onbelangrijke, op de rechtsorde. In Frankrijk worden als informele rechtsbronnen (les sources informelles) aangemerkt:
  1. De algemene rechtsbeginselen (les principes généraux du droit);
  2. Het gewoonterecht (le droit coutumier);
  3. De rechtspraak (la jurisprudence);
  4. De rechtsleer (la doctrine).
Ad 1 Algemene rechtsbeginselen (les principes généraux du droit)
Dit zijn ongeschreven algemene principes die aan rechtsnormen in het algemeen of aan een bepaald deel van het recht ten grondslag liggen. Het zijn de grondgedachten die achter ieder wettelijk voorschrift en iedere rechterlijke uitspraak te vinden zijn. Bijvoorbeeld het verbod op terugwerkende kracht van wetten (la non-rétroactivité des actes administratives), het idee van de vrije markt (la liberté du commerce et de l’industrie) en het beginsel geen straf zonder schuld.

Ad 2 Gewoonterecht (le droit coutumier)
Dit is recht dat blijkens een bestaand gebruik in de samenleving als zodanig wordt geaccepteerd. Van een gewoonterecht (une coutume) is alleen sprake als het bestaand (ancien), bestendig (constant), algemeen gebruikt (général) en algemeen bekend (notoire) is.

Ad 3 Rechtspraak (la jurisprudence)
De ‘jurisprudence’ is een door de rechtsspraak gevormde en gebruikte rechtsleer die een constante lijn in de rechterlijke uitspraken vormt. De ‘jurisprudence’ vormt sinds de Franse Revolutie geen bindende bron van recht meer, maar speelt nog steeds een belangrijke rol in de rechterlijke beslissingen.

Ad 4 De rechtsleer (la doctrine)
De doctrine speelt een belangrijke rol in het Franse rechtssysteem. Franse hoogleraren in de rechten komen vaak van dezelfde staatsscholen (École nationale de la magistrature) als rechters en onderhouden dikwijls nauwe contacten met die rechters. De annotaties bij uitspraken worden dan ook nauwlettend in de gaten gehouden en kunnen dan de in de uitspraak zelf grotendeels ontbrekende motivering vervangen.

maandag 8 juni 2015

LA COUR DE CASSATION

Opperste gerechtshof van Frankrijk in burgerlijke en strafzaken. Vergelijkbaar met de Hoge Raad der Nederlanden Gezeteld (siègé) in Parijs. Geen beroepsinstantie, controleert alleen of de rechters in eerste aanleg (les juges du fond of juges du fait) het recht hebben geschonden, met de feitelijke toedracht van het geval mag het Hof zich niet inlaten. De arresten hebben door een vaak zeer korte motivering een wat apodictisch en syllogistisch karakter. Ze worden in de derde persoon enkelvoud geschreven en verwijzen zelden naar andere uitspraken. De Nederlandse Hoge Raad motiveert zijn arresten doorgaans uitvoeriger.

Beroep kan worden ingediend via een cassatieberoep (la Cour de cassation est saisie par un pourvoi). De beroepstermijn bedraagt doorgaans twee maanden(le délai de recours), in strafzaken geldt een termijn van vijf dagen. Een beroep heeft doorgaans geen schorsende werking (suspensif) en staat dus de executie van het aangevallen vonnis niet in de weg.

Partijen moeten zich laten vertegenwoordigen door speciale cassatieadvocaten (avocats au Conseil d’État et à la Cour de cassation, ook wel avocats aux Conseils genoemd).
Het Hof wordt verdeeld in zes Kamers (Chambres):

- Een kamer (la Première chambre civile) gericht op het personenrecht, het verbintenissenrecht, het verzekeringsrecht en het internationaal privaatrecht.
- De tweede civiele kamer richt zich op het scheidingsrecht, de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en de civiele procedure.
- De derde civiele kamer ziet op zakelijke rechten, eigendom en stadsplanning.
- Dan zijn er nog een sociale kamer (la chambre sociale),
- Een economische en financiële kamer (la chambre économique et financière) en
- Een strafkamer (la chambre criminelle).

Vernietiging van een uitspraak is alleen mogelijk wegens schennis van de wet (la violation de la loi), verzuim van vormen (la violation des formes) of schennis van het recht (le manque de base légale).

Sinds 1991 kunnen door lagere rechters prejudiciële vragen aan het Hof worden gesteld. (art. L. 151-1 Code de l’organisation judiciaire).

Het ‘Cour de cassation’ maakt een jaarlijks rapport voor de Minister van Justitie (le garde des Sceaux). In dit ‘Rapport annuel de la Cour de cassation’ worden aanbevelingen (constatations) gegeven voor aanpassing van de wetgeving.